Het naamwoordelijk gezegde:

---------------------------------------

Het deel van het gezegde dat zegt hoe of wat het onderwerp wordt*, is* of blijft*,
 noemen we het naamwoordelijk gezegd (nw.gez.)

Het naamwoordelijk gezegde bestaat meestal uit de pv +
 een naamwoordelijke aanvulling of een pv + v.deelw of noemv
+ naamwoordelijke aanvulling.

*:Natuurlijk kunnen hier ook andere vormen van de werkwoorden zijn, worden
en blijven
gebruikt worden.

Vb.: Hij is ziek.

Hij zal ziek zijn.

Hij is ziek geworden.

*De vet gedrukte delen zijn nw.gez.