HET ONDERWERP                                      


SPLITS IN ZINSDELEN EN ONDERSTREEP DE PV.
----------------------------------------------------------

De  kinderen  speelden  met  een bal  op  het  grasveld.

Gisteren  heeft  opa  voor  Jan  een  bal  gekocht.

Het  waaide  gans  de  nacht.

De jongen  die  naast   mij  zit,  draagt  een  gele muts.


HET ONDERWERP VINDEN WE DOOR DE VRAAG TE STELLEN:

             WIE/WAT + PV.?

Benoem in elke zin het onderwerp.

BESLUIT:                                                     
-------------                                                     
                                                             
1)Het ond. vinden we door de vraag te stellen:wie/wat + pv?  
                                                             
2)Het ond. bepaalt de vorm van de pv.                        
                                                             
3)Het ond. kan bestaan uit:                                  
   a)1 woord: zie  zin ....en.....                           
   b)een woordgroep: zie zin.... en.....                     -                           

______________________________________________________________







 
DE PERSOONSVORM:                                 
Een strenge agent nadert de drie vrienden.

-->Nadert een strenge agent de drie vrienden?
    pv.

Jan wil het helmgras uittrekken.

-->Wil Jan het helmgras uittrekken?
    pv.

De redders houden de zwemmers in het oog.

-->Houden  de redders de zwemmers in het oog?
    pv.
BESLUIT
1* EEN PERSOONSVORM VINDEN WE DOOR DE ZIN VRAGEND TE MAKEN MET DE WOORDEN VAN DE ZIN.  HET EERSTE WOORD VAN DE VRAAGZIN IS DAN PERSOONSVORM.
2* DE PERSOONSVORM DRUKT EEN HANDELING UIT.
3* VERANDERT DE VORM VAN HET ONDERWERP, DAN VERANDERT OOK DE VORM VAN DE PV.
OPGELET:
Wie speelt graag met de poppen?
/
Ann

IN ZINNEN WAAR HET EERST WOORD EEN VRAAGWOORD (WIE_WAT_WAAR-OM_...) IS , VERVANGEN WE HET VRAAGWOORD DOOR EEN MOGELIJK ANTWOORD.
---------------------------------------------------------
OEFENING: Onderstreep de pv;

1)De grote tent zullen we onmiddellijk afbreken.

2)Vader heeft een boek gekocht.

3)Morgen gaan we op reis naar oostenrijk.

4)Wanneer het hard waait, hoor je de bomen ruisen.

5)Speel jij ook graag voetbal?

6)Om 7 uur stond hij op om zijn les te leren.

 
SPLITSEN IN ZINSDELEN       


Elke avond maakt Jan zijn huiswerk aan de keukentafel.
            -----
             pv

OM EEN ZIN IN ZINSDELEN TE SPLITSEN, ZOEKEN WE EERST DE PV.
ELK DEEL VAN DE ZIN DAT WE VOOR DE PV KUNNEN ZETTEN, IS EEN ZINSDEEL.

-->Zijn huiswerk/ maakt Jan elke avond aan de keukentafel.
-->Jan/ maakt elke avond zijn huiswerk aan de keukentafel.
-->Aan de keukentafel/ maakt  Jan  elke avond zijn huiswerk.


vb 2:

In het vijfde leerjaar wordt het benoemen van zinsdelen erg moeilijk.

...........................................................

...........................................................

...........................................................

...........................................................

...........................................................

...........................................................

...........................................................

...........................................................